Galleries Amsterdam


Op 6 maart 2019 is er een boekpresentatie van een oude vriend, Addie Schulte, en dat is de reden om naar Amsterdam te gaan. In Amsterdam is eigenlijk maar één museum voor hedendaagse kunst, het Stedelijk, en de rest van het aanbod is versnipperd. Op galleriebezoek dus.
   Het is raadzaam om even van tevoren op de websites te kijken of op te bellen want, zoals ook nu blijkt, een aantal galeries zijn aan het herinrichten. Voorbije exposities worden afgebroken en nieuwe worden weer opgebouwd.
Upstream Gallery is vandaag open. Met de bus, de trein en de metro stap ik op het Waterlooplein uit en loop richting wallen. Het regent. De tegenliggers met de meegenomen paraplu ontwijkend kom ik na vijf minuten aan bij het grachtenpand op de Kloveniersburgwal waar ik moet aanbellen. Later zal blijken dat dat bij vrijwel elke galerie moet.
   Een aardige jonge vrouw komt me tegemoet, ze leidt me een van de twee expositieruimtes binnen. Er hangen een zestal schilderijen. Fallen Angels heet de solotentoonstelling van Dennis Rudolph (1979).
Engelenschilderijen, engelen met iPads. Figuratief, dynamisch. Als versleten filmposters en met de teksten 20th Century Fox, Universal en Dreamworks. De vrouw geeft me een iPad en laat zien dat ik deze op de schilderijen moet richten. Je ziet via de camera van de iPad het schilderij erachter, alsof je slechts een kader vasthoud.
Maar dan zie je een drie dimensionale figuur, dezelfde engel als op het doek, een stuk voor het schilderij zweven. De beweging, het ruimtelijke, zie je als je jezelf verplaatst of de iPad draait.

   In de iets kleinere ruimte ernaast hangen ook vier grote engelenschilderijen. Ik krijg nu een virtual reality-bril op, met koptelefoon voor het geluid. Je kunt de engelenschilderijen nog steeds zien maar er zijn donkere planeten op verschenen met oplichtende aureolen. Dan zie je de engelen uit de schilderijen opstijgen. Helder schijnsel straalt vanaf een toorts en uit de ogen. Er komt meer vuur, brandende brokstukken vliegen in de rondte. Als de engelen verdwenen zijn zie je weer de beginsituatie, planeten.


In de Vijzelstraat bij Okker Art Gallery staat de deur op een kier en ik loop naar binnen, er is werk van CoBrA. In het midden hangt een grote woeste abstracte Appel uit 1961.  


Opvallend zijn grote portretten, opgebouwd uit een raster van grote pixels: vierkante blokjes glas. De grotere vierkantjes zijn gestapeld vaak in verschillende kleuren die op elkaar gesmolten zijn. De gezichten zijn van modellen, dat maakt het wat kitscherig. Mogelijk daarom doet dit werk van de Belgische Isabelle Scheltjens (1981) het goed in de handel.   


Reflex aan de Weteringschans.  Op sokkels staan er een paar verchroomde sculpturen van Joel Morrison (1976). Een ervan is een verwrongen vorm, een grote zak die uit een ondersteboven winkelwagentje puilt.  


In het midden van de ruimte hangt een groot woest doek van Rosson Crow (1982). Er zit diepte in. Het is een interieur met suggestie van tl-verlichting. Holy Shit staat er in grote rode gespoten letters in het midden. Niet direkt te lezen want het staat ondersteboven en in spiegelbeeld.


Dan ben ik eindelijk in de Frans Halsstraat maar sta daar voor een gesloten deur. Een van de twee locaties van galerie Grimm. Op de deur hangt een briefje waarop staat dat hier een solo van Guido van der Werve (1977) is, pas over ruim twee weken. Guido is volgens Hans den Hartog Jager de schepper van een van -De- vijftig kernkunstwerken van Nederland. Hij beschrijft deze in het boek Vrijheid.
   Even over dat boek: je zou zeggen dat Den Hartog Jager als kunstjournalist zo objectief mogelijk moet blijven maar als criticus hoeft dat niet. Den Hartog Jager heeft zijn lijstje gemaakt. De namen die steeds terugkomen in de musea als Armando, Marlene Dumas of Daan van Golden. Met zorgvuldig gekozen en lovende woorden beschrijft Hans hoe de meesters tot hun kernwerken zijn gekomen: het spelen met perspectief van Jan Dibbets, de ironie van Ger van Elk, de arrogante provocaties van Rob van Koningsbruggen of de onbeholpen portret-experimenten van Emo Verkerk. De controverse van Rob Scholte. Waaghalzen, Jeroen Eisinga die zich met bijen liet bedekken en Guido van der Werve dus, die op de coverfoto voor een ijsbreker uitloopt.
   Nee, het zijn niet allemaal kernkunstwerken maar het is goed bedoeld. Goed, in de zin van commercieel. Want het gaat over de werken die in de gelijknamige expositie in de Fundatie te zien zijn. Deze en de andere kunstenaars mogen dan getalenteerd zijn, maar om nu al te zeggen dat al hun werken -De- kernkunstwerken zijn is te hoog gegrepen. De toekomst zal het uitwijzen.


Tenslotte loop ik over de Lijnbaansgracht en bel aan bij Flatland. Ik staar naar het logo, een afbeelding van een snoeischaar op de etalageruit. Er hangt tegen de achterwand een groot doek, kinderlijk en onverschillig geschilderd. Het affiche wat ik links daarvan tegen de achterwand in het kantoor zie is verleidelijker. Eronder staat de tekst: “It’s all downhill after the first kiss.”


Tegen een andere muur hangt werk van - dat is toevallig, ik ontmoette ze vorige week in Hasselt - Pinar en Viola: Future Fuck. Twee homoseksuelen in elkaars armen.


Een paar deuren verder tenslotte galerie Akincy. De expositie heet Winterreise. Een grote lege ruimte met twee grote zwart-witfoto’s van Axel Hütte, mistige koude takkenbossen in sneeuw. En, heel toepasselijk, een video met een haardvuur.
Om de hoek in een kleine ruimte voor het kantoor hangt een schilderij van Andrei Roiter: Antropocene uit 2015. Het Antropoceen is de voorgestelde naam van het tijdperk waarin het klimaat en de atmosfeer de gevolgen ondervinden van menselijke activiteit. Je ziet 'onze' aardlaag, de skyline van Antropoceen, door Brigitte Kaandorp genoemd: "het Spul".


   Er is nog een videoruimte maar als ik die binnenkom is de film van Ali Kazma (1971) bijna afgelopen. Ik zie in zwart-wit nog net het grootste houten gebouw ooit gebouwd in Europa, een leeg spookhuis van een voormalig Grieks weeshuis.


Op de boekpresentatie wordt Addie (midden) geïnterviewd door Anna Krijger (rechts). Zijn boek, De strijd om de toekomst, gaat over doemscenario's. Goed voor als je de nuance wil opzoeken in de bestaande theorieën die door de politiek en in de sociale media verkondigd worden. De uitgever (links) houdt ook een woordje waarin hij zegt dat we slecht zijn in het verzinnen van de toekomst, ook in de kunst, en geeft als voorbeelden twee klassiekers van Stanley Kubrick. Ik raak verdiept in de gedachten waar het in de beeldende kunst over de toekomst gaat. Uiteraard over hetzelfde als in het boek, maatschappelijke engagement, het neoliberalisme, oorlog, migratie, het klimaatvraagstuk tot en met robotisering. Een virtual reality doemscenario had ik in het begin van de middag al gezien met Fallen Angels. Een andere vraag is die waarover de beeldende kunst in de toekomst gaat. Gaat virtual-reality technologie de schilderkunst verdrijven en gaan we de beelden straks drie-dimensionaal printen?