Yorkshire Sculpture Park West Bretton


Het is op vrijdag 19 oktober 2018 druk op de weg, stilstaande files en langzaamrijdend verkeer. Halverwege de middag komen we midden in Engeland bij het Yorkshire Sculpture Park, meer bekend als YSP. Het zegt een van de meest toonaangevende beeldenparken van de wereld te zijn, met totaal vijfhonderd hectare landschap.
Eerst de Underground Gallery: Giuseppe Penone. Bomen, delen van bomen of vormen van bomen in combinatie met iets menselijks en ontdaan van bladeren en dunne takken. Op het gras staan meerdere bronzen bomen met een enorme witte kei hoog bovenin.

   Binnen, achter een grote automatische glazen schuifdeur staat een houten boom. Dat wil zeggen eenzelfde als die ik in Tate Modern zag in 2015: een forse, wel veertig centimeter houten vierkante rechtopstaande balk waar vanaf halverwege trapsgewijs is ingezaagd tot aan de kern, een dunnere tak.


Drie zalen zijn alle aan een dezelfde kant toegankelijk maar ze hebben ook een doorgang naar elkaar in het midden. Het zou kunnen dat deze doorgangen, waar je niet doorheen mag, voor deze expositie gemaakt zijn omdat ze worden versperd door  twee in lengte doorgezaagde en uitgeholde helften van een dennenboom van zestien meter lang.


Een werk aan de muur is geen boom maar een net betonijzer. Niet geroest, en gedeeltelijk in een plaat marmer, die erachter hangt, verzonken. Body of stone-grid uit 2016.  


We gaan terug naar de parkeerplaats om iets warmers aan te trekken en lopen vanaf hier het park in. Op de flyer staat bij een kapel een boom aangekondigd van Ai Weiwei. Als we bij het entreehek komen en de open plek voor de kapel oplopen staat daar een kolossale boom. De ijzeren samengestelde boom is meer geel-oranje van de lage zon dan roestbruin. Een enorm gewicht, te bedenken dat ijzer zeven keer zwaarder is dan hout. Een stam op een voet van stompe wortels loopt naar boven breder uit en over in dikke takken. Eik, oude ficus of baobab, dat is niet precies te zien, maar het is wel een archetypische boom. Dood en levend tegelijk.    
Net als bij Weiwei’s houten boom in 2016 in het Parijse Louis Vuitton zijn hier de naden, bouten en moeren tussen alle deeltjes van de puzzel zichtbaar. Genummerd per onderdeel en in elkaar getakeld en geschroefd door veel medewerkers.


Vanaf de boom van Ai Weiwei lopen we weer richting het water. In de open vlakte staat een van de robuuste sculpturen van Henry Moore. Ik verlies Evelien even uit het zicht; ze loopt er tussendoor. Two Large Forms is gemaakt van 1966 tot 1969.


Twee mannen op een quad met aanhanger komen over het uitgestrekte veld aanrijden. Het zijn parkwachters.
‘Sir, excuse me, do you know where the James Turrell Skyspace is?’ vraag ik terwijl ik schools mijn hand opsteek.
‘It is right here and if you want to watch, you have to be quick because we are about to close.’
We staan onder aan een terp. Bovenop is wat gemetseld en er staan enkele struiken en een hek. Je kunt daar niet komen maar er is hier beneden een inkeping gegraven waardoor je via twee deuren de terp in en uit kan. De mannen gunnen ons wat tijd om Turrell’s werk te gaan bekijken en we betreden de mysterieuze ruimte. De blauwe lucht heel strak afgetekend in de schemerige ruimte. Staren. Een kort besef van zijn langdurige duistere en eenzame opsluiting waardoor Turrell zich op het licht is gaan focussen.
  Na enkele minuten van contemplatie komt een van de mannen ons halen, de deur moet dicht.


Aan de overkant van het water, een enorm groot hoofd. Het zeven meter hoge ijzeren vrouwenhoofd is van de Spanjaard Jaume Plensa (1955) en heet Wilsis. Zelfs van een grote afstand is het een indrukwekkend gezicht.


   Een ogenschijnlijk eenvoudig werk van grijze blokken cellenbeton komt me bekend voor. Dat moet van Sol Lewitt zijn, hij zal vast een hele voorraad van die stenen gehad hebben als hij overal zulke bouwsels neerzet. Bij het Bonnefanten in Maastricht was het een piramide.


   Barbara Hepworth is ook hier weer ruimschoots vertegenwoordigd. Squares With Two Cirkels is een imposant beeld maar de dikke boom met de gerimpelde bast die er twintig meter voor staat mag er ook wezen.


   Verderop, waar de bomen wat verder uit elkaar staan, zien we steeds wit licht kronkelen, we lopen er naartoe. Julian Opie (1958) heeft vele lineaire portrettekeningen, als in stripverhalen, getekend. Het licht komt van zijn installatie van een zwart rechthoekig blok rechtop op een betonnen sokkel. De rechthoek is verdeeld in segmenten waar in led-licht verschillende mensen te zien zijn, in eenvoudige lijnen. Ze lopen in willekeurige volgorde en in willekeurig ritme van links naar rechts en van rechts naar links voorbij. Het lijkt een animatie van een drukke winkelstraat.


Midden op een grasveld staat een brons van Giuseppe Penone: een opengescheurde boom. Het is alsof de bliksemschicht er nog in zit want de binnenkanten zijn belegd met bladgoud en in contrast met de donkere buitenkant; in de invallende schemering schittert het door de reflectie van de lage zon.
Evelien vindt in de muur er omheen een poort die open kan, zo komen we rond sluitingstijd weer bij de entree.


De zon gaat onder als we het park verlaten. Nog even een blik over het schitterende landschap met op de voorgrond nog een boom van Guiseppe Penone. Een stam met een groot pakket, een soort samengesteld blok. Het geheel ook weer in brons.