Lieu d'Art et Action Contemporaine Dunkirk



De drukte rond Londen viel erg mee en daarom kunnen we een ferry eerder mee en dat geeft ons voldoende tijd om het museum in Duinkerke te bezoeken. Het Noord Franse museum heet Lieu d'Art et action Contemporaine de Dunkerque, kortweg Laac.
In het Laac zijn behalve de aangekondigde werken van 1940 tot 1980 een aantal werken van na 1980 en van deze eeuw. Het is een typisch gebouw bestaande uit een aantal lichtgrijze afgeschuinde blokken. Het geheel geeft de indruk dat de architect een maquette uit ruitjespapier heeft gevouwen. De ingang, een brug over een ‘slotgracht’ wordt gemarkeerd door een grote poort samengesteld uit massieve afgeronde balken.
Vreemd genoeg is het erg rustig. Het is op zondag gratis.


Er is in het midden van het museum een grote open ruimte die tot het dak reikt met er omheen een lage tribune. Luie trappen daartussen lopen naar de ruimtes rondom waar achter de ballustrades op twee verdiepingen de tentoonstellingen zijn.
   Aan de zijkant van de open ruimte valt meteen een groot vierkant doek op van de IJslander Erró (1932) die vooral bekend is om zijn popart schilderijen van stripverhalen en advertenties. Deze, uit 1990, heet When the Gods make War. Paniek in het godenrijk.


In het midden gaan we de trap op en lopen met de klok mee de eerste zaal in, waar grote werken hangen. Fotorealistische schilderijen. Het eerste uit 1979 is van Gérard Schlosser (1931), een plaatselijke kunstenaar uit Lille. Het is direct erg dubbelzinnig. Er is iets ernstigs gebeurd, of toch niet. Het is aangrijpend door wat je ziet, of juist niet ziet. Op het grote vierkante doek zie je een meisje, een peuter, aan de telefoon, ja, toen zaten daar nog snoeren aan. Wat is er gebeurd vraag je je meteen af. Belt ze 112, of misschien gewoon haar oma? Je kan er lang naar kijken maar je komt er nooit achter.  


Ernaast hangt van de Duitser Peter Klasen (1935) een even groot doek, zwart-wit. Het witte doek laat twee vormen zien; een kleine cirkel linksboven en het grootste deel rechtsonder is een rechthoek waarop een vrouwenrug is geschilderd.
Als je erlangs loopt trekt de cirkel de aandacht want door het subtiele veranderende perspectief zie je dat die niet geschilderd is maar dat het is een echte ventilator is.


Er staat een compleet circus van Karel Appel. De indruk van de eerste seconde, het idee dat je een kindercrèche binnenloopt, is snel weer weg door de manier van presentatie, de vormgeving en composities van de sculpturen afzonderlijk. Er staan onder andere een trompettist, een grijze en een aangeklede olifant, verschillende clowns, een getrainde hond, een balancerend paard, een acrobaat maar ook een uil en een slak.  


Aan de overkant hangt een kleurig horizontale-lijnen-schilderij uit 1974 van Jean-Michel Meurice (1939) dat sterk aan de horizontale-lijnen van Gerard Richter doet denken of aan Ad Arma’s Reisspiegels.


Even verderop hangen de werken van Erró. Een van de schilderijen is dat van de folders en ansichtkaarten over de expositie Un autre œil. Je ziet een groepje jonge mensen heel strak ingekaderd, het voorste jongetje met een strooien hoed en de diner tafel zijn gekopieerd van Édouard Manets Le déjeuner dans l’atelier en in dezelfde schaal daarachter staan drie jongens en een meisje in badkleding geschilderd in gladde reclamestijl. Le Fils de Manet uit 1970. Het is niet zo groot, A3 formaat.


Van Arman zijn er een aantal verzamel-assemblages van messen, oude koffiemolens die boven koffiepotten hangen, kleine tandwieltjes en zelfs postzegels. Ook een gipsen blok, een maquette, waarin een aantal groene plastic speelgoedtankjes zijn gegoten en aan de buitenkant zichtbaar zijn gemaakt. Deze heet Nooit meer oorlog. Het doet me denken aan de 18 meter hoge toren ‘Long Term Parking’ die hij heeft gemaakt bij een kasteel ten zuid-westen van Parijs. Hetzelfde idee waarbij het gips vervangen is door beton en de tanks zijn er echte auto’s.


   Maar hier is ook een echte auto. We hebben hem van een afstandje al een paar keer zien staan, en ik was hem tegengekomen op de website van het museum: een beschilderde auto. Nu staan we erbij. De auto, een Trabantje, is van Philippe Hollevout (1959). Cartoonachtige symbolen met teksten.


Uiteindelijk is er een van de bekende werken van César, een geperst autowrak.


Een ander werk van César is een zilvergrijze koffer die is opengeklapt en waar een witte glimmende massa is uitgelopen die is gestold. De vormgeving en afwerking daarvan zijn heel netjes. Als je je gaat afvragen of het allemaal wel in de koffer paste ben je met het gevangen moment bezig dat de koffer openging en heeft het kunstwerk je te pakken. Valise Expansion uit 1970 is een koffer met geëxpandeerd polyurethaan.


We komen boven, hier is het helemaal anders. Wat donkerder. Je krijgt een beetje het idee van een bibliotheek door de vele houten ladenkasten, lage en rechtop staande. Er is hier namelijk een verzameling grafische kunst waar de bezoeker bij wijze van uitzondering kan grasduinen in de vele laden- en schuifkasten. In de schuifkasten zitten zo’n 200 tekeningen en prenten. Onder andere het complete album Appel Circus uit 1978: “Je zien lopen is een grote gebeurtenis”. Een voor een heldere kleurige afdrukken. In een citaat laat Karel Appel nog even weten: “Mijn denkbeeldige circus behoort niet tot de wereld van de karikatuur.” Ik trek meerdere laden open, het liefst allemaal, maar dat gaat niet meer lukken. De kasten zijn luxe uitgevoerd, de lades zijn zwaar, dat komt vooral door het glas dat er voor de prenten zit maar ze lopen soepel. Je voelt je meteen een curator. De ene na de andere beroemdheid komt voorbij. Op de foto een kleurige litho van Sonia Delaunay.


   De koffer van César en het circus van Appel net als een beeld van Niki de Saint-Phalle waar we langs komen als we weer beneden zijn, worden door het museum Nos incontournables genoemd: Onze must-haves.


Weer buiten is het nog niet afgelopen. Rondom het museum staan een aantal beelden. Langs het pad rond de vijver voor de entreebrug is er een grote toren van aan elkaar gelaste scheepsankers van Arman. Een stekelige roestbruine wirwar. Sommige zware harpsluitingen aan de ringen van de ankers hangen los en kunnen schommelen.
   De zon staat alweer laag, we vertrekken. Door lange trage files in België, bij Gent en Antwerpen, zijn we uiteindelijk rond tien uur ‘s avonds thuis.