Fine Arts Belgium, Brussel


June 1st, 2017.

Will be translated.

   Bumper aan bumper rijden we, Piet en Shirin gaan mee, vanaf Breda naar Brussel. Voor Antwerpen staan we zelfs geregeld stil. Maar als je dan in Brussel langs de Koninklijke Musea voor de Schone Kunsten en de wijdse straten loopt valt alle filestress van je af. Alles in neoclassicistische bouwstijlen, het statige Koninklijk paleis met de grote voortuin, hekken en wachters in de verte. Een groot park ervoor.    
   Het museum is ook meervoudig; er staat niet voor niets musea. Er is een Magritte Museum, museum old Masters, Fin de secle en moderne en hedendaagse kunst. In de tentoonstellingsruimtes is de gastcurator Jan Fabre. We gaan naar de volgende drie tentoonstellingen: een grote overzichtsexpositie van Rik Wouters, een zaal met Pierre Lahaut in de jaren 60, en een zaal met een video installatie van de in Brussel wonende Spanjaard Angel Vergara (1958). Wouters en Lahaut zijn Belgen, het lijkt over Belgische kunst te gaan in dit museum.

   Maar niet helemaal want in de grote hal staat in het midden een gipsen beeld van de Amerikaan David Altmeyd (1974). Het is een persoon die een trapje oploopt. Het is redelijk geabstraheerd en opgebouwd uit de handen die het tegelijkertijd lijken te maken. Of af te breken want op de plek van het hart zit een ‘uitgegraven’ gat, de handen zitten overal, vooral het hoofd is opgebouwd uit handen. Haren en gezicht zijn vingers. Ook in de blok achter de figuur en op de drie treden waarop hij stapt zitten de vingersporen van de gravende handen, die hem als het ware uit het gat in het blok hebben gehaald.

   Bij Rik Wouters is het erg druk. Er staan veel groepen, vooral ouderen met suppoosten.
De eerste werken die ik zie zijn naakststudies, begin van de vorige eeuw. Olie op canvas. Los, wild, streperig maar alles in goede verhoudingen. Wouters wordt tot het fauvisme ingedeeld, kleuren worden amper gemengd.   

   Veel mensen staan te kijken naar een bronzen naakt. Een vrouw die op één been balanceert, haar andere knie trekt ze op en ze steekt een arm in de lucht. Met de andere arm houdt ze evenwicht. Ze maakt een soort vreugdedans en doet een bevrijdende uitroep. ‘Het zotte geweld’ wordt vertaald naar Mad virgin.

   We gaan een verdieping hoger. De Belgische schilder Pierre Lahaut is van een latere generatie, hij overleed in 2013 op 82 jarige leeftijd. Abstracte schilderijen. Het is te lezen op de beschrijvingen: Als ‘lirische abstractie’ worden degene zonder titel aangeduid. Een kleurige lijkt een hoofd waarover een muts is getrokken, een andere is een ruw grijs doolhof. Deze laatste verschilt niet veel met de doeken die ernaast hangen; ‘De macht van de meester’ en ‘De motorrijder. Hoewel je met een beetje fantasie daar wel figuren uit kan halen, en de motor zelfs met enige kleur. Het is monumentaal schilderwerk. Sommige schilderijen doen denken aan Mondriaan waar die bomen begint te abstraheren maar dan wilder, met een CoBrA achtige vrijheid. Zoals Pierre Alechinsky, waarvan, ook in de entreehal, hier een groot doek hangt. Verder zie je slordige rechthoeken, kleurvlakjes, geabstraheerde vlinders of bloemen en bijna Bacon-achtige organen.

  Het midden van de zaal wordt gevormd door een ronde en witte wand in lagen opgebouwd, als gestapelde ongelijke cirkels. Strak gemaakt. Op ooghoogte daarin loopt een tekst in blauw ledlicht: ‘Mijn schilderkunst en ik leiden hetzelfde bestaan’,‘De schilderijen van P.Lahaut zijn variaties op hetzelfde thema’ en dat ook in het Frans. De moderne reclamezuil contrasteert met het museale cliché van de rechthoekige zalen met rechthoekige oude doeken.

   We komen weer terug in de entreehal om er aan de andere kant naar de installatie van Angel Vergara te gaan kijken maar eerst ga ik even zitten op een bankje dat voor de Alechinsky staat. Dat bankje hebben ze er terecht voorgezet. Het is een schilderij met een heel verhaal: De laatste dag. Op het doek van pakweg vier meter breed en zo’n tweeënhalve meter hoog overheersen wit en turquoise. Het lijkt een dierentuin met vogelkoppen, vissen en andere dierenen. Misschien lopen er ook mensen in maar dat is niet zo duidelijk. Met slingerende vormen, licht gekleurde golven, roze, geel, blauw, groen en nog minder zwart beland je in een abstracte droom. Is dat een spook in het midden? Een gezicht rechts? In de wirwar, die toch ook een rustig geheel vormt kun je de tijd kwijtraken. Het bankje is hier uiteraard debet aan.
  Het schilderij is in langdurige bruikleen maar er staat niet bij van wie. Misschien van Pierre zelf.
     Shirin maakte de foto van de Watching Man.

   De expositie van Angel Vergara is in een redelijk verduisterde zaal waar rondom voor de muren vijf lichtbakken oplichten. Het zijn grote ledschermen die bewegend beeld laten zien.  Gelaagd, abstract en kleurig. Je krijgt associaties met natuurbeelden, uit het oerwoud door het felle licht. Maar dat is het niet, het is verf. Groene verf lijkt op gebladerte en rode verf doet aan bloemen denken. Verf op een glasplaat die vervaagd waardoor je de onscherpe achtergrond beter gaat zien. De fel verlichte huid van mensen beweegt op de achtergrond, het laat het leven. Mensen die bewegen, gecombineerd en overvloeiend naar, ook onscherpe, beelden uit bestaande films. Er is een enorme lap tekst op de muur die uitleg geeft; het uitgangspunt, lezingen van Baudelaire, associaties met Marcel Broodthaers, met literatuur, kunst, journalistiek, landschap, etcetera. “Elk tableau speelt een eigen partituur” en er is onderlinge samenhang. Er is geen geluid bij. De zaal is verder leeg dus je hoort het museum echoën waardoor het geheel toch enigszins psychedelisch overkomt. De titel vat het samen: From Scene to Scene.

   Alhoewel het technisch allemaal erg degelijk en qua beeld esthetisch is uitgevoerd is het niet zoveel anders dan een super acht filmpje van Jop Horst dat hij vijfendertig jaar geleden maakte tijdens zijn eerste jaar kunstacademie in Breda. Jop is daarbij zelf de vage persoon op de achtergrond die de transparanter wordende verf op de glasplaat aanbrengt en weer wegveegt.

  Verderop en beneden zijn hier de zalen met meer klassieke werken, Old masters, waarschijnlijk de reden waarom we hier met de tas niet binnen mochten. In een zijruimte wordt op de gehele muur een bekend schilderij van Pieter Bruegel de Oude geprojecteerd. De uitvergrote details komen voorbij en ik zie meteen waarover het gaat omdat ik hier vroeger een legpuzzel van heb gemaakt. Een voor een komen er Nederlandse spreekwoorden voorbij, je herkent de vlaaien op het dak en het schijthuis boven de gracht. Het zijn wel tachtig spreekwoorden. Langzaam kom ik erachter dat ik hier de dag met manden uitdraag en dat begint aan mijn been te knagen dus we blazen de aftocht.