CAB, Brussel


<
>

Will be translated.

1 juni 2017
We rijden wat oostelijker Brussel in, naar CAB. Net als de Centrale en Wiels is CAB een non-profit tentoonstellingsruimte. In de entreehal hangt op hoofdhoogte een perspex bak in de vorm van een huis met planten erin. Aan de onderkant zit een gat.


In het midden van de expositiezaal staat een donker houten huis. Het huis is open. Dat wil zeggen; het dak bestaat alleen uit spanten, er zit geen glas in de ramen, de deur staat open en de helft van de achterkant is open. In het huis ligt een dusdanige grote berg geel zand, nee zaagsel, dat op meerdere plaatsen uit het huis komt. Het doet denken aan een verlaten huis in een woestijn na een zandstorm, nadat de wind weer is gaan liggen.
We krijgen een boekje: Notes on our equilibrium, A Dialogue with the House of Jean Prouvé. Prouvé was een Franse architect en meubelontwerper en heeft dit demontabele huis in 1944 ontwikkeld.    

Van wie het zaagsel is weet ik niet maar de stenenrij die ernaast ligt is ongetwijfeld van Richard Long. Een meter breed en ongeveer zes meter lang liggen er wit uitgeslagen en geërodeerde keien. Van natuurlijke habitat naar civillisatie, Longs handelsmerk. Van keien naar kunst, slechts door te verzamelen, te verplaatsen en te ordenen.
De natuur is een duidelijk thema hier. Niet alleen als dialoog met het pre-fab huis avant la lettre, maar ik zie meer dingen uit de natuur. Organisch materiaal en mineralen.

We gaan verder met schimmels. Een paar lage stellages van geperforeerd aluminium van de Nederlandse Isabelle Andriessen (1986) bevatten voedingsbodems voor zwamvlokken. Verschillende bruingele en roze paddestoelen hebben zich uit de gaten in de installatie geworsteld, en het groeit verder. Sterk is het contrast tussen het strakke dode staal en de willekeur van de groei. Met slangen en waterbakken wordt de installatie voortdurend bevochtigd.

Er staat ook een groen stuk piepschuim dat eruit ziet als een massieve rotsblok, met nep-paddestoelen. De titel, Equilibrium, die ook op het boekje staat moet verwijzen naar het debat over evenwichtige ecosystemen.

Daar gaat ook een geheel blauw verlichte ruimte over waar allerlei bacteriën lijken te leven, of juist niet. Het ruikt er in ieder geval vreemd muf. Er wordt organisch spul geconserveerd. Op een lichtmetalen frame onder het plafond ligt honingraat, een tak en een blad. Je ziet afgeworpen slangenhuiden, onderkaken van een zoogdier en een grote distel of skelet van een zeeëgel. Sommige dingen hangen, sommige liggen in afwasrekjes. Het is niet veel maar af en toe zie je toch nog wat anders en daarom is het geheimzinnig, ook door dat diffuus licht. Wat is dat? Een begroeid hangslot en een opgezet beest? De Peruaan Nicolas Lamas (1980) wil met deze ruimte een omgeving creëren waarin mensen zijn uitgestorven en de natuur met onze materiële restanten zelfstandig verder leeft. Je hebt niet veel fantasie nodig om in zijn idee mee te gaan.

Op de grond ligt een vijf meter grote samengesmolten homp donkere rommel en wat verderop ligt een oliebubbel van ruim een meter. Beiden van de Belg Maarten Vanden Eynde (1977). De donkere rommel is versmolten plastic afkomstig uit de oceaan en de oliebubbel is van brons en afgewerkt met zwarte autolak.

Voor we naar Nederland terug gaan steekt Piet bij de entree nog even zijn hoofd in de hangende transparante plantenbak met het gat aan de onderkant. Piets hoofd als goudvis wordt uitgelegd als een intiem samenzijn met de natuur in de vorm van een persoonlijke biosfeer. Terug naar de natuur, waar we vandaan komen, de baarmoeder...

De vergankelijkheid, het huis dat verlaten lijkt, de schimmels en stenen, de resten plastic in de zee en de bubbels kun je ook zien als overblijfselen; restanten.


Ik kreeg in juli 2017 de opdracht voor een groot monument in Vlissingen, een memorial, een herinnering aan het arbeidsverleden van de Scheldewerf. Mannen die klinknagels slaan aan een enorme ankerketting die in perspectief acht meter hoog verdwijnt in de lucht. De groenblauwe kleur liet ik verlopen naar wit, wat het verdwijn-effect versterkt. De schepen die er vanaf de helling zijn gegaan varen nu over de wereldzeeen. De geluiden van het klinknagelen zijn ook weg. Het beeld staat vanaf november 2017 in Vlissingen, de oprit naast het atelier is weer leeg. Wat rest is de herinnering, en, de restanten daarvan. Na de afwerking van het monument vond ik die restanten, de kleurschakeringen van het verloop, letterlijk. Maar ook persoonlijk zou het kunnen dat ik het klinknagelen heb gehoord vanuit de baarmoeder. Daarom heet mijn reactie Remnants of a memory.


Remnants of a memory

2017

beton

25 x 20 x 10 cm