Fridericianum, Kassel


Will be translated.

DOCUMENTA 14   (I)

Fridericianum  Kassel        8 juni 2017

   Documenta 14 staat op de kaart. Documenta vindt eens in de vijf jaar plaats en het staat bekend als de grootste hedendaagse kunst manifestatie in de wereld.
      Ik zat nog op de kunstacademie toen ik voor de eerste keer naar Documenta ging. Vijfendertig jaar geleden had Joseph Beuys hier op de Friedrichsplatz een gigantische stapel van duizenden grote basalten zuilen gedumpt. Voor iedere steen is er ergens in de stad een eik geplant. Naast de stenen had een alternatieve langharige kunstenaar op blote voeten en in een kleurige wollen trui een kippenren met stro en goud geschilderde eieren illegaal tentoongesteld. Er kwam een man met zijn zoontje bij staan die de zaak eens kritisch bekeek en opmerkte dat zijn zoontje dat ook kon. Op zijn vraag: ‘Was ist denn das?’ zei de kunstenaar ‘Das ist Kunst’. De man vroeg: ‘Was ist denn Kunst’? Waarop de kunstenaar een beetje pissig antwoordde: ‘Kunst ist Wissen!’

   Tot nu toe was Documenta altijd alleen in Kassel maar voor deze veertiende keer is Athene erbij gehaald.
   Met Frank, de buurman van het strand, rijd ik donderdag ’s ochtends al heel vroeg naar Kassel. Zaterdag opent Documenta voor het publiek maar wij gaan alvast kijken. Via de website van Documenta heb ik twee vrijkaarten voor pers en professionals toegestuurd gekregen, Frank is voor vandaag de fotograaf. We komen bij het Fridericianum aan de Friedrichsplatz. Daar staat het Parthenon van boeken van de Argentijnse Marta Minujín (1942). We waren er al langs gereden op weg naar een parkeerplaats maar van dichtbij blijkt pas hoe kolossaal het bouwwerk is. Op een podium van trappen staat het Parthenon van meer dan tien meter hoog, dertig meter breed en zeker zestig meter lang. Ik denk dat het op ware grootte is van de originele klassieke Griekse tempel. Er staat alleen de buitenste colonnade met de architraven waarop aan weerszijden het driehoekig fronton. Het is opgebouwd uit een frame van steigerbuizen met gaaswerk waarop boeken zitten vastgemaakt, daaromheen zit transparant plastic, zodat de boeken niet nat kunnen worden en nog beter vast zitten. De lagen plastic maken van de massa lijnen en blokjes boeken een geheel, het geeft het Parthenon volume, licht van kleur.
   Het zijn verboden boeken. De curatoren van Documenta 14 willen kunst tonen die juist door de nazi’s zou worden verbannen. Ook is hier natuurlijk de link met Athene. Het geeft een bedenkelijk gevoel om door dit bouwwerk van honderdduizend verboden boeken te lopen. Geen enkel boek zou verboden moeten zijn.

   Het is tien uur geweest. We lopen in de rij onder de tekst door, waar eerder ‘Mvsevm Fridericianvm’ stond maar wat nu door de Turkse Banu Cennetoğlu (1970) is vervangen door ‘beingsaveisscary’, naar binnen. Binnen wordt het gestaag drukker.


   Om de hoek in de eerste zaal is het meteen raak. Dat wil zeggen letterlijk. Er klinkt een knal van iets hards dat tegen metaal aankomt en het galmt. Er hangt een grote metalen plaat vanaf het plafond gebogen tot op de grond. Beng!
Nauwelijks zichtbaar schommelt de donkere plaat van de Griek Takis (1925) heen en weer. Ik kijk erachter en zie dat in het midden een zwart blok, hangend aan kabeltjes, er steekt een cilinder uit, duidelijker heen en weer beweegt. Bam! Daar gaat ie weer. Het is een electromagneet. En hij laat weer los.

   Een zaalvullende constructie van blokken spiegels is nogal verwarrend, maar nu op het visuele vlak. Grofweg bestaat het geheel uit een aantal vierkanten en rechthoeken, die samen een grote ondersteboven tafel vormen. Omdat je tussen de poten, die in doorsnee een hoek vormen, doorkijkt, zie je de andere vlakken. Omdat de vorm toch enigszins gecompliceerd is weet je niet hoe ver je kijkt en van welke kant de reflectie komt. Het is een ruimtelijk spel. Er omheen zijn een aantal foto’s uitgestald waarbij de symmetrie van het gezicht een rol speelt. Bijna alle foto’s betaan uit twee gespiegelde halve gezichten van meestal een man met een witte baard.

  Ook de volgende ruimte is geheel zwartwit, het begint op te vallen; de expositie in het Fridericianum kent weinig kleur. Veel grijs, zwart, wit, metaal, spiegels, maar geen kleur. En vrijwel alle werken komen uit het nationale museum voor hedendaagse kunst Athene: het EMST, en zo niet, dan komt het van een ander Grieks museum of een Griekse verzamelaar.

   Voor een hele grote metalen tafel van de in Athene geboren George Hadjimichalis (1954) is een hele zaal ingericht. De zwarte wel acht meter lange en drie meter brede tafel is opgebouwd uit negen grote platen, hij heeft een geheimzinnig oppervlakte, ruw met een gladde vlek dwars over het midden. Het lijkt een landkaart, of landschap bij nacht, in vogelvlucht.       

   Rondom hangen een heleboel kleine ingelijstte foto’s, zilverprints, van het ruwe oppervlak. Inderdaad, ze zien eruit als landschapsfoto’s en maken het verhaal. Van dichtbij op tafel zie je slechts grof vervuilde dikke zwarte verf met oneffenheden en hier en daar een groef, wat op een rivier zou kunnen duiden. Er draait ook een video die het landschap laat zien. De titel beschrijft: Crossroad. The Crossroad Where Oedipus Killed Laius. A Description and History of the Journey from Thebes to Corinth, Delphi, and the Return to Thebes 1990-1997.

   In de aangrenzende zaal staat een weefgetouw. Tegen de muur een hoog houten rek waarop ruim driehonderd klossen beige draad staan waarvan de draden via een stok bij het plafond dwars door de ruimte hangend naar het weefgetouw lopen. Daarmee zijn de draden tot een doek geweven waar doorheen een rode grafieklijn geborduurd is. De doek ligt voor het getouw gefrommeld op de grond en eindigt bij een hoofdkussen op een matras op een bed, dat onder de hangende touwen staat. Aan het weefgetouw zit het werkschema geklemd, een cardiogram, afkomstig van het apparaat, een roltafeltje met ingebouwde cardiograaf en monitor met veel draden en knopjes, dat tegen de muur staat. Dozen eronder en een flinke hoop afgerold papier geprint met de lijnen ernaast. Een levenscyclus schiet er door me heen.

  Hier ligt rommel, maar niet heus. Grove stukken piepschuim, zoals die van verpakkingen, een op de zijkant staande pallet met platen grof ribbeltjeskarton. Een plaat piepschuim waar een zanderige schoenafdruk in zit die blijkbaar de plaat in vier stukken heeft doen breken. Enkele gevouwen en kreukelige dozen. Alles ligt slordig, onverschillig lijkt het. Er klopt iets niet. Het is teveel niks, er had minimaal een touwtje omheen gemoeten tegen het verschuiven, maar dat is niet nodig. Het is kunst. Waarom? Het is ambachtelijk vakmanschap. De installatie is namelijk van marmer. Het contrast, de tegenstelling van afval en hoogwaardig beeldhouwwerk houdt je op afstand. Voorzichtig buig ik naar het piepschuim, ja mijn ogen hebben me niet bedrogen, ik zie de aders en de flonkering in het marmer. Maar de bolletjesstructuur van piepschuim heeft Andreas Lolis (1970) erin weten te krijgen. Het is niet zomaar troep, het heet Shelter. Een link naar de vluchtelingen. Ja hier begint het vluchtelingenverhaal pas goed.
   Een echte doeken tent staat hier ook, volgeborduurd met namen van dorpen die Israelieten op de Palestijnen hebben veroverd. De namen zijn erop gemaakt door toevallige voorbijgangers, ook vluchtelingen.


Tegen de muur sluiten grote foto’s in dunne zwarte lijsten tegen elkaar aan. Het is van de Amerikaanse Andrea Bowers (1965). Tijdens het belichten, zo lijkt het, is er gaas met prikkeldraad op het gevoelige papier gelegd zodat de afdruk, vage zwarte vlekken, doorkruist is met in het wit ook weer talloze namen en een hek. Vreemd genoeg is aan de bovenkant het prikkeldraad wel zwart. Dan lees ik dat het grafiet op papier is. Niets is hier wat het lijkt. Het heet No Olvidado: Niet vergeten. Het gaat over degenen die gestorven zijn bij de poging de Mexicaans-Amerikaanse grens over te steken.


   Weer iets akeligs. Een vrouw, van wit gips, ligt met de knieën omhoog en de polsen en enkels met touw gekneveld op een houten vlonder naast een omgevallen stoel. Aan de stoel zit een bureaulamp en erbij staat een ouderwetse bandrecorder die afgelopen is. Het lampje brandt en de volle spoel draait voortdurend door. Je bent de stille getuige van A Happening van Dimitris Alithinos (1945).
   Achter dunne doeken, ingelijst in dikke houten frames staan Griekse termen geschreven. De doeken hangen onder de lijsten uit. Het heet Life without Democracy en in een ruimte ernaast wordt een film getoond van Griekse opstanden. Op de muur ernaast staat ook weer in grote letters Democracy. En op de muur links er tegenover: What is. Er zijn schilderijen van militairen, losse koppen en Griekse en Amerikaanse vlaggen.


  In een andere zaal staan grote stellingen propvol prikkeldraad, nee, scheermesprikkeldraad. Omdat je hier niet in een metaalgroothandel bent maar in een museum hedendaagse kunst -al zou je dat hierbij niet denken- weet je dat dit een betekenis heeft. Ik vraag me af wat de totale lengte van het glimmende metaal is en met welke grens het correspondeert.


   Opeens is daar kleur. Ik staar naar een oranjerood vlak. Een horizontale donkere scheur aan de onderkant is grof dichtgenaaid. Er komt een vrouw bij me staan en zij begint spontaan te vertellen dat het van haar neef is. Stathis Logothetis is al twintig jaar dood. Met haar uitleg en nog twee oranjerode werken, ook met doek en reliëf -eentje is een torso met striemen en gaatjes- blijkt dat hij in de burgeroorlog veel heeft geleden. Zij noemt de ‘Destruction of the body’ maar ook dat hij van Arte Povera was.

  Zo gaat het nog even door, een aantal onthoofde poppen naast echte koffers op een donkere vloer bij een met krijt getekend hinkelpad met vakken waarin termen als Arbeits Kommissionen en Konsulate staan. De anonimiteit van de vluchteling. Triest.
   Al met al zegt het bouwwerk dat buiten staat, het Parthenon van boeken, genoeg. De expositie in het Fridericianum voegt er niet veel van betekenis aan toe. Het komt op hetzelfde neer; er is veel gebeurd dat nooit had mogen gebeuren en de kunstenaars leggen daar nog maar eens de nadruk op.


   Voor we naar buiten gaan staan we nog even stil bij een grote stoffen tank, camouflagestof van verschillende landen, de publiekstrekker. Het is een karikatuur van een tank. Maar goed, een echte tank wil je hier niet naar binnen rijden. Toch?