Stadt Museum, Kassel


Will be translated.

  8 Juni 2017. De receptioniste van het stedelijk museum in Kassel spreekt goed Engels. Het blijkt dat er tijdens Documenta op iedere locatie in Kassel tenminste één persoon is die goed Engels spreekt. Ze vertelt dat er in het museum zes ‘Documenta-kunstenaars’ exposeren.


   We komen vanzelf op de tweede verdieping in de permanente expositie bij een BMW Isetta, het lijkt wel een driewieler maar dat is het niet. De achterwieltjes zitten dicht naast elkaar (foto bovenaan). Ik weet niet waarom dit over Kassel gaat, misschien is ie hier gemaakt. Wel is duidelijk wat 200.000 bommen betekenen op een muur. Deze zijn op één dag op Kassel gegooid. De muur staat tegenover een grote historische maquette van het Kassel dat tijdens WO II werd vernietigd. Ik moet denken aan een monument, de Man O War dat ik heb gemaakt ter nagedachtenis aan de neergeschoten B-52 bemanning die terugkwam van een missie naar Kassel.

   Je kunt je de grootschalige ellende die hier heeft plaatsgevonden amper voorstellen dus vlucht ik in het detail van wat ik zie. Maquettes van gebombardeerde steden zijn makkelijk te maken. Je hoeft niet netjes te werken, want bijna alle gebouwen zijn ingestort en je kan er wat grijze stof of zaagsel overheen strooien om de puinresten wat realistischer te maken.
   Naast de permantente tentoonstelling draait een video van de Iraakse vluchteling Hiwa K (1975): You from above: De video laat details zien van de maquette die we zojuist zagen. Wordt ik toch met mijn neus op de oorlog gezet. Maar hier zit een plan achter. In de voiceover vertelt Hiwa K hoe hij leert over deze stad, Kassel, en gebruikt het voor zijn asielgesprek. Door het vergelijken van het beeldmateriaal met de 'onveilige zone' waar hijzelf vandaan komt voorkomt hij te worden teruggestuurd. De periode dat Hiwa hier aankwam sliep hij in rioolbuizen. Voor we uit Kassel vertrekken komen we langs een installatie die hij met de rioolbuizen heeft gemaakt samen met kunstacademiestudenten. Buiten, tegenover het Parthenon van boeken en de Documenta Halle liggen twintig beige van dergelijke buizen vijf bij vier opgestapeld.

   Je kunt erin kijken en de studenten hebben ze allemaal op een verschillende manier als één totale en comfortabele woonruimte ingericht. Je ziet buizen bekleed met kussens en planten als relax ruimte, een betegelde badkamer met een wc-bril in het midden, een bibliotheek met boekenrijen die rond lopen en bureaulampen, een koffiezetapparaat, meer soorten kussens en planten etcetera.

   Voorbij de videoruimte van Hiwa K door naar het andere trappenhuis via de toren van het museum naar de hoger gelegen verdiepingen met meer Documenta kunstenaars. We komen eerst bij een omsloten zaaltje van ongeveer zes bij zes meter maar dat weet ik pas achteraf. Er is namelijk een gang omheen waar je door kan lopen. De ruimte binnen deze gangen is ongeveer zes bij zes meter en de gang zelf is ongeveer een meter breed. Het is nogal schemerig en grijs allemaal. De hoeken zijn afgeschuind met een reden. Daar gebeurt het. Er staan bezoekers bij een luikje waar een geweer aan is gemonteerd waardoor je naar binnen kan richten. Je kunt ook de trekker overhalen.

   We kijken over de loop van het geweer de verlichte ruimte binnen. In het midden staat een vrouw. Zij wordt van vier kanten bedreigd met geweren. Deze installatie van de Guatemalteekse Regina José Galindo zet tot nadenken. Bezoekers halen de trekker over. Hoe nep het ook is, ik doe het niet. Iets in mij zegt: die persoon is echt en het gebaar van de trekker overhalen is ook echt. Buiten het feit dat moorden not done is ken ik de persoon niet eens. Ik kan me maar moeilijk voorstellen hoe geschift je moet zijn om zo’n trekker in realiteit over te halen. Ik irriteer me aan de bezoekers die het hier doen -ook al is het maar kunst- en realiseer me tegelijkertijd dat dat juist het werk, deze performance, zo sterk maakt.

   Eerder zag ik werk van Regina dat ook met (politiek) geweld te maken had. In het Arnhems museum hingen foto’s van performances van haar waarbij zij geketend was en waarbij ze zich in haar been gesneden had. ‘Natuurlijk’, bedenk ik me ‘zij, de vrouw die er staat, dat moet Regina zelf zijn’. Het is haar performance. Ik zie het ook nadat ik het heb opgezocht.

   De laatste zaal is voor de Nederlander Hans Eijkelboom. Honderden foto’s van mensen in vooral winkelstraten of op andere drukke plekken. Hans staat hier om bekend. Hij heeft vele foto’s gedurende vijfentwintig jaar gemaakt. De foto’s zijn geordend in lijsten van vier keer drie tot zes keer vier. Hier hangen zo’n 3.000 foto’s. Het boeiende is dat de 270 inktjet-prints zijn gesorteerd op het uiterlijk van passanten, de kleding of combinatie van kleding. Eijkelboom is dus, vaak in zijn woonplaats Arnhem, per dag gericht gaan fotograferen;

   Mensen in spijkerpak, blouse en stropdassen, mensen met dezelfde tassen, zonnebrillen, draagtassen op de buik, mannen in leer met baarden, streepjestruien, vrouwen in bontjassen, gele regenjassen, blauwe donsjassen, politiepetten, paraplu’s, burka’s, T-shirts met Amerikaanse vlaggen, het houdt niet op. Het laat je op een andere manier naar foto’s kijken. Verlies je in een museum doorgaans bij het aandachtig opnemen van een tiental foto’s al makkelijker je aandacht, hier niet. Je blijft er echt een tijd naar kijken en gaat je afvragen waar je zelf bij hoort? Zwarte jassen met bril en fotocamera?
   Buiten op straat sorteer ik even later de Documenta-gangers, te herkennen aan tassen met documentatiemateriaal en plattegronden.