Hamburger Bahnhof-Museum für Gegenwart, Berlijn


Will be translated.

  10 juni 2017. In Berlijn mag ik één van Abs fietsen lenen en ik rijd via de Brandenburger Tor naar het Hamburger Bahnhof, Museum für Gegenwart.

   Om elf uur gaat het museum pas open dus ik wacht nog even voor de deur bij een blauw geschilderd houten beeld. Een starende vierkante man met een hoofddeksel waar Zero op staat. Aan het onbeholpen zaagwerk te zien onmiskenbaar, Baselitz.

   Een ander monumentaal blok zijn cortenstalen gestapelde letters van Robert Indiana (1928) getiteld Imperial Love. Bijna vijf bij tweeënhalve meter. Robert Indiana, pseudoniem van Robert Clark, doet meer met letters. Al in 1964 schiep hij het bekende Love-symbool. Dit beeld hier is geschonken door de Morgan Art Foundation.

   Ik loop eerst naar de rechterkant. In een zijvleugel is een expositie van de Duitser Raimund Kummer (1954). Vooral fotografie, er draaien tachtig dia’s Skulpturen in der Straße uit 1978-1979. Pionnen op straat rondom gaten in de stoep of een open putdeksel. Een typische serie. Je denkt gewoon alledaags straatbeeld maar ik realiseer me dat dit juist ongewoon is. Tenzij je in een voortvarende gemeente woont waar altijd wel ergens straten worden opengebroken. Je gaat er pas bij stilstaan als je het in een fotoserie ziet.

  In de zaal erachter heeft Kummer duizenden strak tot op tafelhoogte gestapelde doosjes neergezet, 6.660 om precies te zijn. On Sculpture heet het en je ziet 444 foto’s van 1979 tot 2017, achtendertig jaar dus. Uitgaande van A4 formaat loop je dus langs zo’n honderd meter aan foto’s de zaal twee keer rond. Aan de muur in plastic hangen lijsten met nummers die corresponderen met de nummers op de doosjes. Veel foto’s van voorwerpen, ontwerpen, kunst en design maar ook heel divers, kleuren, close-ups, een stukje gebouw of een vissenkop en af en toe een persoon. Ateliers, fotografie-gerelateerde onderwerpen zoals diaprojectoren, maar bijvoorbeeld ook een bosje selderij. Te willekeurig en teveel om op te noemen.    
  De installatie staat zelf ook op een van de foto’s (hierboven).

  Terug richting entree en de zalen met de vaste expositie. Er is een apart zaaltje voor Anselm Kiefer en als ik de volgende ruimte inloop wordt het allemaal nog monumentaler.    


   Het museum für Gegenwart opende in 1996 met deze Marx collectie. Er hangen grote doeken van bekende namen; Rauschenberg, Lichtenstein en andere beroemdheden. Een aantal Warhols. Grotesk. Die Mao bijvoorbeeld, die is minstens drie meter breed en vier meter hoog. De hoogte en het diffuus licht dat door het grote glazen gebogen dak zich op de witte muren verspreidt maken het sereen. Zo’n presentatie dwingt respect af.

   Voor het drieluik Thyrsis uit 1977 van Cy Twombly moet ik wel tien meter achteruit gaan staan om het te kunnen fotograferen. Onder, in het midden van het grootste middenpaneel zit een zwarte vlek, met daarbij een minimale lichtrode en blauwe vlek. Op het rechterpaneel drie zwarte vlekken. Geklieder zou je het kunnen noemen. Er staat links en rechts wat bij geschreven over Thyrsis, en in het midden zijn de hanenpoten zelfs te lezen. Thyrsis is een herder uit de Griekse mythologie. Het gaat om het handschrift. Cy’s handschrift. Het is bedachtzaam geklieder en het overgrote deel van de oppervlakte dat wit is gebleven maakt de compositie sterk. Maar nog meer trekt de zin midden op het doek de aandacht, zowel optisch als inhoudelijk. Het gaat met je fantasie op de loop.

    I Am THYRSIS OF ETNA blessed with a tuneful voice.

   Je hoort het schilderij.

   Totdat je in de stilte verderop zachtjes muziek hoort gonzen van installaties van Joseph Beuys. Er draaien verschillende video's van hem en in de achterste ruimte heeft hij een grote installatie gebouwd, Das Kapital Raum 1970-1977 met veel zwarte voorwerpen.

De achterwand behangen met schoolborden, meer zwarte borden op de grond, een vleugelpiano waar een bijl tegen leunt en meer voorwerpen. De borden zijn volgetekend met krijt. Berekeningen, lijnen vergelijkingen, uitspraken, cijfers, getallen en grafieken. Het moet ontcijferd worden als hiërogliefen op piramides, zoals bij de beschrijving staat is het Beuys’ interpretatie van Das Kapital van Karl Marx, een eigen concept. Beuys hield nogal van theoretiseren, maar dan in losse kreten: Art = creativity,  Art = capital. Hij hield publieke discussies tijdens verschillende Documenta’s, deze borden stonden eerder in Kassel. Hij combineerde zijn werk met spiritualiteit. Ook deed hij graag mysterieus met bijvoorbeeld de Keltische mythologie. In Basel waste hij de voeten van zeven bezoekers om aan het Christendom te refereren. Er worden twee video’s uit 1982 van Babeth Mondini-VanLoo (1948) boven elkaar afgespeeld. Ze gaan over Beuys en zijn Das Kapital. Babeth heeft in Beuys een grote leermeester waardoor zij ervan overtuigd is geraakt dat Kunst niet kan worden geleerd, maar dat Kunst is.


   Even wat anders. Onder in het trappenhuis staat Neue Galerie en op de muur naar boven: Rudolf Belling Skulpturen und Architekturen.    
  De expositie laat fraaie opengewerkte beelden zien van natuursteen, mahoniehout maar vooral ook van brons. Koppen met geometrische figuren waar je doorheen kijkt, gestileerde mensenfiguren en architectonische ontwerpen. Futuristische maquettes.

   De vroegere stationshal is voor Adrian Margaret Smith Piper, zij is conceptueel kunstenaar. De hal lijkt leeg maar onderaan drie hoge wanden zie je een kleine balie met een receptioniste. Bij de drie balies kun je verklaren dat je altijd meent wat je zegt, altijd doet wat je belooft te gaan doen en dat je jezelf nooit zal verkopen. Nadat je op een touchscreen je gegevens hebt ingevuld kun je de verklaringen ondertekenen. Daarna wordt het uitgeprint en mag je het meenemen. De dames achter de balies zeggen dat het contract geen consequenties heeft. Hoeveel ondertekende documenten zou Adrian Piper voor dit Mogelijk Vertrouwensregister hebben bemachtigd? De tentoonstelling is er een half jaar.

   Tenslotte, kom ik ergens achteraf in een lege ruimte, er zijn hier geen suppoosten of bezoekers te zien, maar een hele vreemde ‘installatie’, eigenlijk heel gewoon. Zo gewoon dat je het niet als kunst zou kunnen betitelen als er geen bordje aan de muur zat: Gregor Schneider (1969)
u r 1 u 1 4 Haus u r, Rheydt 1986-1988 Bitte einzeln betreten.
   Via drie treden kun je een iets hoger gelegen kamertje in. Er zijn geen ramen of een andere deur. Er ligt een zwart opgemaakt bedje op de grond met een lichtblauwe deken. Ik ga naar binnen, doe de deur dicht en ga liggen. Probeer je het eens voor te stellen. Tijdens bezoek aan een groot museum in een bruisende metropool, ergens achteraf in dat museum in een klein stil kamertje te kunnen gaan liggen. Alleen en zonder gsm want die heb ik niet. Even in een, er is geen betere omschrijving dan het cliché, een oase van rust.

   Welterusten.



De film, gevonden op youtube