König Galerie, Berlijn


Will be translated.
    10 juni 2017. Nadat ik bij de Berlinische Galerie ben geweest ga ik op aanraden van Ab naar de König Galerie. De galerie is twee straten verder de hoek om. Op een randje van het gebouw hangt een gootspook.

     Hoewel de Max Hetzler Galerie en de König Galerie niet net als de Berlinische Galerie musea zijn, worden ze hier toch vermeld omdat het verschil tussen sommige galeries en musea op het oog vaag kan zijn. Het verschil zit ‘m in het feit dat een galerie een commerciële instelling is die kunst verhandelt. Dat neemt niet weg dat grote galeries de uitstraling van een museum kunnen hebben. Net als de Hetzler galerie heeft de König Galerie meerdere locaties. Ook in Londen. In Londen staan de Serpentine, Hayward en Saatchi galleries als musea bekend. Voor die laatste twee moet je een entreekaartje kopen.

   De König Galerie in Berlijn is gevestigd in een voormalige kerk uit 1960, bouwstijl Brutalisme, van de architect Werner Düttmann. Rechthoekige blokken, weinig raamoppervlak en grote grijze muren met een grove textuur.


   
   Binnen, beneden, ziet het er eerst uit als een gewone galerie, er hangen schilderijen met stillevens uitgesneden in hout en met een dikke kleurige laag acryl. Het lijkt of het, samen met de lijst, uit één stuk hout is gemaakt. Het is van een Amerikaan; John Seal.
   Als ik de trap oploop kom ik in de voormalige kerkruimte, zo groot als een sporthal. Vooral hoog. Hier is het geen galerie meer maar een museum.


      Er hangen enorme mobiles van Anselm Reyle (1970), de grootste is vijf en een halve meter. Ze zijn van rvs of aluminium en ze lijken heel langzaam te draaien. Een ronde, vierkante en ruitvormige mobile. Samengesteld uit stroken van dezelfde vorm die van groot naar klein in elkaar passen en per element een beetje gedraaid ten opzichte van de middenas waar ze aan hangen. Als ze niet zo monumentaal waren had het iets kitscherigs, een idee van kerstversiering. Ik durf er bijna niet onderdoor te lopen.

     Net als veel kunstenaars ben ik een ZZP-er. Ik ben blij dat ik zelfstandig ben. Personeel zou af en toe wel handig zijn maar je kunt je ook afvragen wat er gebeurt als je als kunstenaar vast personeel krijgt. Dan moeten er dingen geregeld worden; aow, verzekeringen etc. Dan wordt de boekhouding ingewikkelder en moet je meer gaan uitbesteden. Dat moet je kunnen betalen dus zal je je werkzaamheden moeten uitbreiden, meer uitbesteden, meer aquisitie en meer personeel aannemen. Je naam wordt een merk, je werk wordt bedrijfsvoering, kunstenaar wordt zakenman.


   Nu vraag ik me af: wie kan het zich permitteren om zulke monumentale werken te laten uitvoeren. Op de Wikipedia-pagina van Reyle staat dat hij een succesvol zakenman is met meer dan 50 man personeel. Er zijn een aantal overeenkomsten in het werk van een aantal kunstenaars die met personeel werken. Het is allemaal van zakenlieden die werk verkopen dat iedereen kan laten maken. Met een grote investering kun je monumentale gevaartes laten maken, zoals hier in staal of aluminium. Richard Serra maakt eerst zelf zijn schetsen en maquettes. Je kunt het werk laten polijsten en laten glimmen zoals Reyle die zijn modellen zo te zien uit de Blokker heeft. Ook Jeff Koons en Anish Kapoor gebruiken veel personeel. Wat te denken van Ai Weiwei die met veel mensen en massa’s werkt; bijvoorbeeld met 14.000 achtergelaten zwemvesten van vluchtelingen een theater laten aankleden, met massa’s houten krukken of fietsframes zalen laten vullen of een heel dorp een jaar lang zonnebloempitten laten beschilderen. En dan is er nog baas boven baas; de kampioen zakenman Damiën Hirst die een schedel met diamanten liet bezetten en in Venetië een heel filmdecor liet bouwen, een beeldenkermis rond een scheepswrak.
   Verder is hier de ruimte leeg. De drie mobiles draaien zacht in kerkelijke stilte.


   Als ik beneden, weer terug bij de receptie vraag of er nog meer te zien is wordt er een medewerkster van de galerie opgeroepen. Laura Helena doet de pr. Zij loodst mij achter een gordijn waar de aanstaande expositie wordt ingericht. Er staan zo’n vijftien werkstukken opgesteld en per werk vertelt Laura me van wie het is. Keramiek, schilderijen, fotografie, installaties, van alles wat. Hier staat ook een soort mobile op de grond, van stalen ringen waar enkele stenen aan zijn geregen. Het werk is van de Poolse Alicja Kwade (1979).    


   Een groot schilderij van Katharina Grosse (1961) doet me aan werk denken dat ik nog maar kort geleden zag.


   Was dat van Christine Streuli, hiervoor in de Berlinische Galerie?


   Het zou ook een Ab van Hanegem kunnen zijn.

   Grosse, Streuli en Van Hanegem werken alle drie op groot formaat in meerdere lagen en met felle kleuren. Ook diepte speelt bij alle drie een rol maar bij Van Hanegem is de ruimtelijke illusie het sterkst. Zijn overtuigender kleurgebruik laat ook zien dat hij zich verder ontwikkeld heeft dan de twee populaire vrouwen. Je zou bij zijn werk, en dan specifiek het gebruik van spachtels of spackmessen ook aan sommige werkstukken van Robert Zandvliet kunnen denken.
   Er is een discrepantie in waardering van schilders die minstens zoveel kwaliteit hebben als de darling celebrities van de galeristen. De galeristen die indirect bepalen wie er op het hoogste podium komt blijken niet puur naar kwaliteit te kijken maar laten hun blik vertroebelen door platte handel.
   Ik heb de König Galerie een e-mail gestuurd met een aanbeveling en een verwijzing naar de website van Ab en ik ben begonnen het statement van de Museumcontainer uit te breiden met vergelijkende voorbeelden die je buiten de musea kunt ontdekken.        

   Ab van Hangem exposeert tot 8 december in Galerie Gilla Lörcher, Berlijn.