Martin Gropius Bau, Berlijn


Will be translated.

11 juni 2017. De laatste dag in Berlijn ga ik naar de Martin Gropius Bau. Het is ook de laatste dag van de expositie en Ab is hier gisteren naartoe geweest. Hij zei me dat ik er zeker heen moest. Het gebouw dat de architect Martin Gropius in de stijl van Italiaanse renaissance heeft gebouwd bevindt zich vlakbij de grens waar vroeger de Berlijnse muur liep. Het was eerst een museum voor toegepaste kunst maar het is nu een tentoonstellingsgebouw voor tijdelijke exposities. Er zijn er vier, voor iedere expositie heb je een apart kaartje nodig. Met de IAA card kun je ook hier voor niets naar binnen, dus waarom niet.     
‘Vier Karten bitte.’

   De suppoost beneden, een streng kijkende vrouw, wijst naar mijn camera en knikt nee. Bij twee van de vier exposities mag je niet fotograferen; op de eerste verdieping, bij de architect Kiesler en hier in de benedenzaal waar een grote installatie is die bij de expositie over de reformatie, Der Luthereffekt, hoort. Daar ga ik eerst kijken.
   De installatie vult het hele midden van de donkere hal. Je loopt door een soort van lijnenspel. Een enigszins verhoogd wandelpad van ‘transparante’ wanden van metalen aangelichte buizen loopt als een labyrint rond. Klingelende geluiden horen er ook bij. Je krijgt nog net geen last van je evenwicht als de buizen steeds schuiner gaan staan. De vloer is evenals de wanden, gestreept. Wie erdoor gaat ziet het perspectief veranderen, zoals, meldt de beschrijving, met de Reformatie de relatie tussen mens en God is veranderd. Het Luther-verhaal hangt aan de wanden rondom. De vrouw zegt nogmaals ‘Nicht fotografieren!’ Oké, dan maar het dak in de hal.

   Op de eerste verdieping kom ik bij de expositie van de architect Friedrich Kiesler. Ik zeg tegen de oude suppoost dat het jammer is dat ik hier ook niet mag fotograferen. Ik denk dat het een Wessi is want hij fluistert me toe: ‘Immer gucken wo der Wachmann steht’.


   Er staan nogal wat maquettes, vaak gereconstrueerd of opnieuw gereconstrueerd.
Hele fijne tekeningen op bruin papier met hele dunne witte lijntjes, van het soort ruwe schetsen die typerend zijn voor de architectuur: snel gekrabbelde mannetjes en ovale boompjes om de schaal aan te geven.


   Een frappant ontwerp voor een bioscoop of theater waar in plaats van gordijnen voor het podium een groot diafragma is getekend.   
  Het geheel lijkt een vergeten gebeurtenis. Als je helemaal niets hebt met architectuur en ook niet op de details zou letten dan komt deze expositie misschien wel over als een oude muffe tentoonstelling. Veel van halverwege de vorige eeuw.


   Helemaal boven zijn foto-exposities, ik fotografeer alvast het marmeren trappenhuis.    
   De tentoonstelling, er staat bij dat kunst steeds meer het medialandschap verovert, toont werk van 26 bekende fotografen.    
   Er hangen zes grote foto’s van bekende Duitse schilders aan het werk in hun atelier. Op dit moment vraag ik me af, waar zijn de foto’s van André Smits? Die al meer dan vierduizend kunstenaars, ook bekenden, in hun atelier gefotografeerd heeft.

     Meer foto’s van beroemdheden, de meeste gemaakt door Daniel Biskup (1962); Donald Trump en Vladimir Putin achter hun bureau, Merkel op bezoek bij Obama, zwart-witfoto’s van de paus en de daila lama.


   Een foto uit 2014 van Andreas Mühe(1979): een mysterieuze Helmut Kohl am Tor. Daar zit hij in het donker en vanaf de rug gezien in een rolstoel en kijkt naar de Brandenburger Tor waar veel tegenlicht doorheen schijnt.


   Op een muurvullende foto uit 2012 poseert Gerhard Schröder staand voor een wand behangen met de covers van het dagblad Bild. De covers hebben allemaal afbeeldingen van de Bondskanselier met grote kapitalen, afgewisseld met rondborstig vrouwelijk naakt. Om het hoekje van de wand gluurt een man met een zwarte bril. De suppoost weet mij te vertellen dat het de directeur van de krant op dat moment is, Kai Diekmann.

   Tenslotte is er de solo-expositie van de fotograaf Juergen Teller (1964).
   Zoals je dat bij meer fotografen ziet valt het ook hier op dat er een decor is gezocht alsof het in scene is gezet. De eerste grote foto kondigt al aan wat je kunt verwachten: een verbaasd kijkende, bebrilde oude vrouw, in een gele trui en een donkerrood jasje. Zij staat in een sober ingericht kamertje voor een schrootjeswand en houdt een strook papier tussen haar vingers met daarop: Juergen teller.


   De foto’s laten meerdere scenes uit het dagelijks leven zien. Werkmannen die een boom uitgraven, thema’s als natuur, een vrouw met een vos op schoot, modder, takken, naakt, wietblaadjes en een vuurtje.
Opvallend veel borden komen er voorbij. Borden? Ja, zijn naam is Teller en het zal daarom geen toeval zijn dat het bord ook onderwerp is. Een lachend babyhoofdje in badschuim is op een bord geprint.


   Het zijn geen gewone foto’s. Mens en dier spelen de hoofdrol. Een ezel komt onder een berg hooi vandaan, het is zijn last, een wild zwijn met vijf biggen, een vrouw in lingerie bij een tractor en op een berg puin, meer naakt en natuur zoals naakte jongens met electrische gitaren in het water, en ja, ze houden ook borden vast. Een klein beetje vreemd, dat maakt het luchtig.
   Het is tijd geworden dat ik weer de bruisende stad in ga.
   Nog even naar Museum Berggruen en het ernaast gelegen Bröhan Museum. Daarna stap ik in de auto en ‘s avonds schuif ik, weer thuis, aan aan tafel.