Stedelijk Museum Breda


  Will be translated.

16 juni 2017

   Na jaren politiek onderhandelen wordt het Breda’s Museum samengevoegd met MOTI, Museum Of The Image. Shirin en ik zijn namens Museale Beelden genodigden voor de officiële opening van het nieuwe museum, het Stedelijk Museum Breda. Het gebeuren is niet in het museum zelf maar in de Grote Kerk.
   Er zijn zoveel genodigden dat besloten is straks in twee groepen naar het museum te lopen. Als we gaan zitten barst de orgelmuziek los. De directeur van het nieuwe museum Dingeman Kuilman verhaalt over het belang van kunst, en: ‘Een kunstwerk doet je iets beleven dat je niet kunt navertellen’. Ik verzink in mijn gedachten, terug naar de definities van kunst. Picasso had eens gezegd dat ‘Als ik wist wat kunst was dan zou ik het voor me houden’. Het zou nu iets kunnen zijn in de zin van cerebrale seks, vooral niet over praten. Dan heeft Dingeman het vooral over de geschiedenis en overdracht van het Breda’s erfgoed aan nieuwe generaties. Aha, daarom is er een grote schoolklas aanwezig; om de daadwerkelijke openingsactie te verrichten. Dit gebeurt doordat de kinderen een boekje krijgen dat ze in de lucht steken voor de foto. Het facebookmomentje. Tussendoor is er een interview met de wethouder en burgemeester; ‘Breda is de negende stad van Nederland’ en er is muziek.
   Een sopraan zingt hoog in de lucht, ik zie haar maar net achter een kroonluchter, op een baldakijn naast het orgel. Haiku’s, tango’s en een bombastische afsluiting met een stuk van Stravinsky waarvoor de organist alle registers opentrekt.      
Anderhalf uur later wandelen we, de eerste groep, in de zon door de binnenstad naar het museum.

   Het Stedelijk Breda is gevestigd op de locatie van het voormalige MOTI en waar vroeger cultureel centrum de Beyerd zat. In de academietijd, begin jaren 80, ben ik er naar exposities geweest en zag er spannende performances. Daarvoor, voor 1956, was de Beyerd een gasthuis of oudemannenhuis.

   Achter de oude poort binnen is niets meer van oude bebouwing te zien. Het is geheel verbouwd. Er wordt aan de vrouw achter de splinternieuwe balie gevraagd of ze niet zenuwachtig is maar dat is ze nog niet: ‘Ik denk morgen wel’ zegt ze, ‘morgen gaat het museum voor het publiek open en dan gaat het pas echt gebeuren.’

   Veel genodigden gaan helemaal niet kijken maar verzamelen zich op de patio om een babbeltje te maken. In het museum lopen medewerkers om iedereen te woord te staan die vragen heeft. Zo hoor ik dat de digitale collectie afkomstig is van MOTI en de historische objecten komen van het Breda’s Museum en er wordt gezegd op het station van Breda te gaan kijken want daar heeft het museum ook twee vitrines ingericht.

  We gaan eerst naar beneden en in het trappenhuis is daar meteen een videoanimatie van een, letterlijk, golvend landschap van Eelco Brand. Eigenlijk is het een stilstaand plaatje dat steeds vervormd en zo beweging suggereert. Aan weerszijde in de hal hangen fotocollages van St-Joostgangers die afstudeerden toen ik op de academie kwam. Harrie de Kroon,  Teun Hocks, Marius Boender en Kees Mol. Ook van de destijds als performer actieve Lydia Schouten en de lesgevende Sef Peeters. In het kader van Kunstenaars voor Kunstenaars heeft het gezelschap foto's genomen met de camera van Marius in de badkamer bij Lydia in Breda op de Haagdijk. Een feestelijke boel.

   Vanzelf lopen we een zaaltje met vitrines vol kerkelijke historische gewaden en houtsnijwerken binnen en voordat ik mijn pas wil versnellen, we hebben een tijdslimiet, begint de felkleurige achtergrond van monumentale glas-in-lood-ramen te bewegen. Wat ik eerst dacht dat toepasselijk sfeervol decor is, is onderdeel van de expositie Wonderlijk Weefsel. De videoanimatie van de Italiaan Quayola doet voorkomen alsof de ramen voortdurend aan scherven worden gegooid. Scherpe bundels kleurige en scherpe driehoeken abstraheren het beeld. Het contrast van hedendaagse techniek en stoffige oude weefsels, beide mystiek, werkt sterk. Niet op de minste plaats door de subtiele belichting van de toga’s. Quayola past dezelfde animatie op meer klassieke kunst toe. Ook in bevroren driedimensionale beelden. Erg fraai, de klassieke beelden verworden tot Tony Craggs. Hij laat op internet ook zien hoe ze gemaakt worden

   Een volgende zaal is donker, bezoekers zitten langs de kant. Er is een installatie getiteld Stratum. In een omheinde stellage in het midden wordt een holografische voorstelling geprojecteerd van dezelfde kerkelijke gewaden die we in de zaal hiervoor zagen. Het verandert. Nu is het een machine die een patroon tekent, nog steeds driedimensionaal. De lichtbeelden komen uit de vloer en deze lijken op een schuin opgespannen weefsel te projecteren. Mystiek en religie gecombineert met techniek.

   Meerdere videos zijn er in de ruimte ernaast. Een Facial Weaponization Suite is de titel van kleurige maskers aan de muur. Op een video ernaast worden de maskers over gezichten geprojecteerd. Het gaat de Amerikaan Zach Bias erom potentiële slachtoffers van profilering met computers door overheden te beschermen. Je ziet honderden gezichten voorbij flitsen, over elkaar geprojecteerd, en dan weer met de maskers. De maskers zijn amorfe hoogglanzende vormen. Ik weet niet of het geglazuurd keramiek of kunststof is omdat dat er niet bij staat. Zach schijnt drie jaar met het project bezig te zijn geweest.
  Ook de Russische kunststudent en stalker Egor Tsvetkov traceert meer dan 60 procent van de door hem stiekem gefotografeerde mensen in de metro op internet met gezichtsherkenningssoftware.


   Een Zwitserse ontwerpster heeft haar oplossing geïnspireerd op Harry Potters Mantel van Onzichtbaarheid; de Proxybody is een lap waarop gezichten en lijven van anderen te zien zijn.
   Ook is er een jas, de CHBL Jammer Coat, van gemetalliseerde stof dat camera’s met gezichtsherkenning in de war zou brengen, mede door het moirépatroon.
   Constant Dullaart hield zich ook bezig met de computer die hij zoveel mogelijk afbeeldingen van een fontein gaf. Vervolgens schilderde hij een gemiddelde impressie ingegeven door de kunstmatige intelligentie. Het abstracte fontein blijft herkenbaar.
   Het Opte Project van Barrett Lyon zijn digitale afdrukken die de wirwar van een kluwen verbindingen van het internet zouden laten zien en van de razendsnelle ontwikkeling. Het zijn vooral fraaie grafische explosies. Ook een geblokte wolkenlucht ‘Forecast’ en een bouwwerk in het midden waar je onder kan staan gaan over het digitaliseren van de wereld. Met Digital Necropolis vragen de kunstenaars zich af wat er na je dood met je gegevens gebeurt.
  Je kunt hier zelfs een videospelletje spelen, in grijstinten beweeg je een hoofd met abstract lichaam door een nog abstractere wereld. Je kunt jezelf zo sterk in de digitale persoon verplaatsen dat je af en toe het gevoel krijgt waarbij het lijkt of je zweeft.

   Dan zie ik opeens een oude bekende, Ties Poeth (rechts). Ties is een veelzijdig kunstenaar, hij houdt zich voornamelijk bezig met experimentele animatiefilm maar zijn kleurige meubelen met een knipoog ogen zeker niet minder experimenteel. We hebben elkaar vorige week net misgelopen bij een expositie van André Smits, Monika Dahlberg, Hein Verwer en Magdeleen van Eersel in Zeeland vorige week. Ik vertel Shirin dat Ties destijds zijn animatiefilm Amsterdamned maakte, jaren eerder dan de met dezelfde naam bekende speelfilm. Ook is daar de Stadscurator Vincent Koreman (links), hij weet me precies de aantallen van de collectie te vertellen.

  Weer op de beganegrond is de hele verdieping over de Bredase geschiedenis. Het gaat over de Vrede van Breda, stadsvernieuwing en er hangen veel foto’s. Er staat ook een fijne oude Etnakachel bij. Daarna kijken we nog even in de bibliotheek en nemen wat van de folders en een boekje mee.
Ik blader door het boekje dat bij de expositie Wonderlijk Weefsel hoort, blijkbaar hebben we de tentoonstelling achterstevoren bekeken.

  Er klinkt een bel. Dit is het signaal dat we alles gezien moeten hebben want de tweede groep komt eraan. Precies op tijd. We gaan niet terug naar de kerk om volgens het programma te gaan borrelen maar drinken nog wat op een tegenoverliggend terrasje.

  Er hingen bij Wonderlijk Weefsel nog een paar opvallende foto’s. NSA’s Utah Data Center laat een berglandschap zien waar in een dal een aantal lage witte gebouwen staan. De plek waar alle persoonlijke data van de wereld opgeslagen en geanalyseerd zou worden. Hoe betrouwbaar de data van Google is laat Clement Valla met zijn Postcards from Google Earth zien. Een brug die door de berekeningen van het perspectief is weggevallen lijkt een ingezakte snelweg door een dal.

      Het doet me denken aan het moment dat ik in Nederland eenzelfde misrekening zag, een verwrongen en verknipt reuzenrad op de Pier van Scheveningen.