Würth Kunstlocatie 's-Hertogenbosch


Will be translated.

11 december 2017    
   De bedrijfscollectie van Reinhold Würth wordt sinds 1991 getoond in Künzelsau, de vestigingsplaats van de Duitse firma. Van de Würth-Groep zijn in totaal tien kunstmusea en vier kunstdependances. De kunstlocatie in ’s-Hertogenbosch is in 2002 geopend in het pand van Würth Nederland B.V. Ik heb afgesproken met de curator Brigitte Hoppenbrouwers. Ik had haar een paar maanden geleden ontmoet tijdens de Bossche Kunstnacht in de Kaaihallen bij de stand van Würth. Ik beloofde te komen kijken op de kunstlocatie vlak naast de A2. Vandaag is het zover.


Bij binnenkomst door de automatische draaideur is er een wit platform met daarop, geheel ingepakt met beige stof en touw: twee tafeltjes, een fauteuil en vier stoelen. Je raad het al; dit is van Christo. Ik vraag me opeens af of er veel mensen zullen zijn die denken dat er hier een verhuizing plaatsvindt. Een kind waarschijnlijk, een enkele werknemer of bezoeker van een trainingsevent van Würth? Ik weet het niet. Interessant te zien hoe de kunst zich zo in het leven integreert; kunst wordt vaak afgeleid van alledaagsheid en hier, juist op deze plek tussen de deur en de receptie, is het daar bijna helemaal in opgegaan.
   Het is nog rustig, de expositieruimte gaat eigenlijk pas over een half uur open.          
   ‘Hoho, u mag hier niet fotograferen’ roept de receptioniste.
   Even later zit ik aan een tafel met Brigitte en zij zegt dat de regel er is uit veiligheidsmaatregelen. Tegen diefstal. Ik krijg een gedachtenkronkel... tegen diefstal? Je kunt dat ook interpreteren dat het is alsof je met een foto nemen van een kunstwerk het werk mee naar huis neemt. Auteursrecht is er niet alleen voor kunstenaars en schrijvers maar ook voor fotografen; de foto’s worden de kunstwerken waar copyright voor wordt betaald. Betaalde diefstal.


   Brigitte legt een paar folders voor me neer: “Würth, meer dan alleen boutjes en moertjes”. De handelsonderneming met meer dan 64.000 werknemers levert ook diensten en kennis. Brigitte vertelt bevlogen over de kunstexposities en dat deze ook bredere doelstellingen hebben. In een paar volzinnen krijg ik informatie over de Würth-collectie en het sociaal maatschappelijke belang zoals kunsteducatie, ook voor het speciaal onderwijs. Ze benoemt de collectie met neo-expressionisme vanaf de twintigste eeuw en werk van onder andere Hundertwasser, Gunter Damisch, Niki de Saint Phalle, Christo, Penck, Baselitz en Lüpertz.
   De bedrijfscollectie van wel 17.000 kunstwerken is een van de grootste van Europa. Maar ik wil nu het werk live zien, hier.

   De expositie heet Stille Dialoog. Het gaat over het stilleven dat sinds de zeventiende-eeuwse schilderkunst een transformatie heeft ondergaan. Het gaat nu minder om het ambachtelijke en de kunstenaars zijn in dialoog gegaan met andere voorwerpen. Ook in driedimensionale uitvoering. Bijvoorbeeld om een statement, een sociale of morele boodschap uit te dragen. En zo is het werk uiteindelijk in dialoog met de toeschouwer.


   Groot is de expositieruimte niet, er zijn in totaal zo'n zestig werken te zien, met veertien dynamische aquatint etsen is Tony Cragg het meest vertegenwoordigd.
   We lopen langs een blokkig roestbruin beeld van Anthony Caro; een grove stoel, naar de stoel uit de bekende slaapkamer van Van Gogh. Zo staat er ook een abstracte tafel, daar staan wat mannen bij te wachten.


   Een deur gaat open en daarachter zie ik een halve auto met een lap erover, een verrijdbare gereedschapstafel, een flapover, vitrinekast en een videoscherm. Nee, geen Christo, geen kunst; het is een opleidingsruimte voor de mannen die instructies krijgen over de nieuwste technieken van Würth.


    Brigitte geeft uitleg over een aantal stukken geslepen glas onder glazen stolpen in een vitrine. “Meteoorstenen 1990” staat erbij. De achterwand van de vitrine zou een afdruk van een meteoorinslag zijn. Het is in zijn geheel wel esthetisch maar ik raak niet overtuigd.


   Ik kijk naar schilderijen. Donkerrode artisjok bloemen in sterk aangezette contouren is typisch de figuratieve stijl van Bernard Buffet.


   Een boeket bloemen als een gekraste zwarte vlek oliepastel is meer dynamisch. Het is van de Oostenrijkse Arnulf Rainer.


   Mooi kunnen negen lelijke doodskoppen zijn van de Mexicaan Sergio Hernández. Dit laat weer eens zien hoe dicht aantrekking en afstoting bij elkaar staan, het intrigeert.


   Midden op de hoogglanzende donkere vloer staat op een witte sokkel een statief waaraan twee ingepakte verkeersborden boven elkaar. Als vanzelf en als een toegewijd curator hurkt Brigitte bij de installatie en veegt wat vuiligheid die op de sokkel ligt eraf, zich daarbij verontschuldigend dat ze geen handschoenen aan heeft: ‘...want alles moet natuurlijk wel spik en span zijn’. Maar het is niet erg, de verkeersborden onder de doeken zijn oud, gebruikt en natuurlijk roestig op beschadigde plekken. Onder de eveneens oude lappen en touwen is niet te controleren wat zich daar aan verdere oxidatie afspeelt. Bij het plaatsen van het kunstwerk zijn wellicht wat kleine schilfertjes verder losgekomen en op de witte sokkel terecht gekomen.


   Aan de muur hangen twee litho’s van werktekeningen van Christo, erg fraai. Half foto, half schets zie je een oude kolenwagon en een pc unit van Ericsson beplakt met folie.
  Dat er hier een aantal werken van Christo te zien zijn is niet vreemd want Würth heeft de grootste collectie van zijn werk.


   Meest opvallend is een piano, half overgoten met witte verf en bedekt met een stekelig oppervlak van honderden tweeduims spijkers die er ingeslagen zijn, dat moet van Günther Uecker zijn.


   Een verdieping hoger over de ballustrade zie ik de piano heel mooi van bovenaf.

   Buiten is het geen verf maar een dikke laag sneeuw die op de auto is gevallen. Code rood, de langste spits van het jaar. Gelukkig hoef ik niet ver.
   Volgend jaar ga ik weer de grens over. Naar het Würthmuseum in Künzelsau.